Omgeving

Averbode! Daar heb ik de zon van de goedheid ontdekt. en daar alleen heb ik de ware rust gekend.

– Ernest Claes

De abdij van Averbode

  • De Abdij van Averbode werd in 1135 gesticht op initiatief van Arnold II, graaf van Loon, en was oorspronkelijk een ‘dubbelklooster’ waarin zowel mannen als vrouwen leefden.

  • In het begin van de 13e-eeuw is het definitief ‘ontdubbeld’.

  • Het is een abdij van de Premonstratenzers, ook Norbertijnen of Witheren genoemd.

  • Het gotische poortgebouw, opgetrokken in de tweede helft van de 14e-eeuw, is het oudste nog bestaande deel.

  • Tegenwoordig vind je in de abdij een gastenkwartier, een bibliotheek en een bezinningscentrum.

  • De gemeenschap telt 92 leden waarvan er 39 in de abdij leven en werken.

  • Net buiten de abdij kan je zomers genieten van een lekker ijsje in de “likjesdreef”.

 

De witte van Zichem

1901, het socialisme groeit in de Belgische Kempen. Louis Verheyden, bijgenaamd De Witte, gaat naar school maar is niet echt een goede leerling. Hij haalt voortdurend grappen uit, houdt zich niet aan afspraken en zijn kwajongensstreken leveren hem steevast een pak rammel op van zijn norse vader. Zijn vader vindt dan ook dat de maat vol is en Louis moet in zijn vrije tijd gaan werken bij de tirannieke boer Coene. Bij Louis valt dat verkeerd, maar er blijft hem weinig keuze. Het arme gezin kan de extra inkomsten gebruiken. Maar ook bij boer Coene staat er geen rem op de kwajongensstreken van Louis. Tot op een dag, als hij weer eens straf heeft, hij op school in een rommelkamer wordt opgesloten waar hij het werk van Hendrik Conscience ziet staan: de Leeuw van Vlaenderen of de Slag der Gulden Sporen doet hem helemaal wegvluchten uit de realiteit en de moeilijke omstandigheden waarin een 12-jarige leeft anno 1900. Uiteindelijk is de Witte het allemaal zo beu dat hij een drastisch plan bedenkt.

Ernest Claes

Ernest Claes werd geboren in een landbouwersgezin met negen kinderen. Zijn moeder (Theresia Lemmens) en zijn vader (Jozef Claes) moesten hard werken. Als kind zou hij soms lui, koppig en ongehoorzaam zijn. Op school, tijdens strafstudie, las hij in De Leeuw van Vlaanderen, een werk van Hendrik Conscience.
Na zijn plechtige communie werkte hij in de drukkerij van de Abdij van Averbode. Vanaf 1898 tot 1905 studeerde hij aan het Aartsbisschoppelijk College in Herentals. Claes was een goed student.Vanaf 1906 studeerde hij “Philologie Germanique” aan de Katholieke Universiteit Leuven.